Stroom over – wat kun je ermee?
Die vraag stelden we aan 5 VWO leerlingen van Alasca. Hun school heeft in totaal 730 zonnepanelen op het dak liggen.
Toen we ze installeerden was er meer stroomverbruik. Maar het aantal leerlingen in het gebouw nam af, en de bewustwording nam toe. De school heeft nu stroom over.
Is dat erg?
Nee, niet in een stad als Amsterdam, waar we nooit te veel en structureel te weinig duurzaam opgewekte stroom opwekken. De stroom die de school niet gebruikt gaat de wijk in. Dat hebben we prachtig ingericht, in Nederland.
Maar landelijk produceren we op zonnige dagen met veel wind inmiddels meer stroom dan het elektriciteitsnet aan kan. Stroom produceren kóst dan geld. Oók in Amsterdam. Voor Zuiderlicht zijn de risico’s beperkt, maar de school heeft minder voordeel van stroom van eigen dak. Zonde.
Dat kan beter, leuker en slimmer
De leerlingen vroegen we om een (gelijktijdige) bestemming te bedenken voor de stroom die nu anoniem en ‘waarde’-loos het net op gaat. We vertelden ze over technische en maatschappelijke aspecten. Wat zouden ze doen als alles mogelijk was? Waardoor zou het plan stranden? En wat kunnen ze doen en aanpassen, zodat het wél kan?
Batterij
Een aantal rekende met kwartierdata aan een scenario waarbij de stroom die over is wordt opgeslagen in een batterij. Het eigen gebruik door de school zou van 70 naar 94 procent gaan. En zelfs 100 procent, als er in het gebouw avondschool komt. In 10 jaar zou de investering in de batterij zijn terugbetaald. Voordat we onze leden vragen mee te investeren in zo’n batterij, rekenen we het zelf ook nog even door, maar grote dank voor deze eerste verkenning.
Stroom delen met zomerkermis of sportschool
Stroom die je gedeeltelijk opslaat in een batterij, kan de school verkopen of gratis weggeven.
Omdat de school vooral stroom over heeft in de zomer, is een van de plannen om de stroom beschikbaar te stellen voor een zomerkermis. Of een summerschool. Of andere zomerse activiteiten in de buurt.
Maar in combinatie met die batterij is het ook goed mogelijk om de stroom te leveren aan een buurtcafé, of met de silo’s naast de school waar appartementen, bedrijven en een sportschool in komt. De leerlingen mailden en belden met de projectontwikkelaar en drongen door tot de Raad van Bestuur. En die zien het wel zitten: een goed verhaal en leerlingen en docenten (?) die komen sporten op hun eigen stroom ;-).
Van zandbatterij tot crypto
De energie van het te veel aan stroom kun je ook opslaan in waterstof. Of nog beter: in de vorm van warmte (tot wel 600 °C) in een zandbatterij. Die zijn kostbaar en groot, maar dan weet de buurt in ieder geval dat de school werkt aan oplossingen voor de toekomst.
Tot slot zou de school geld kunnen bijverdienen, als het de stroom inzet voor de handel in crypto. Voor crypto is veel energie nodig, maar als je dat alléén doet als je toch energie over hebt? Tja, het is wel de enige oplossing met 100 procent gelijktijdigheid.
En nu?
Bij de eindpresentatie was de conrector van Alasca aanwezig. Hij gaat over energie. We gaan ermee verder, dus wordt vervolgd!
Dank
We werkten samen met Pauline Westendorp en Isabella Jansen van Oranje Energie en Rene Dalmeijer van Natuurlijk IJburg. We waren ook nergens geweest zonder de leerkrachten Auke Boersma en Hendrik Oosterhoff van Alasca, die Zuiderlicht de ruimte gaven voor deze onderzoeksvraag.
‘Stroom over’ maakt onderdeel uit van ‘Voor de Toekomst’, een project voor universiteiten én Alasca, dat we konden doen dankzij een subsidie van Gemeente Amsterdam.


